Thursday, April 28, 2005

Nieuwe lading cd's

Wanneer de Angelsaksische rockpers weer eens een groepje met absurde termen de hemel in prijst, slaat onze hersenhuishouding steevast alarm. Vaak is het ‘much ado about nothing’. We waren dan ook erg op onze hoede toen het titelloze debuut van het New Yorkse The Bravery in onze postbus viel. De groep werd al jubelend omschreven als ‘Duran Duran meets The Strokes’. The Bravery is de zoveelste band die (geeuw) zijn inspiratie haalt bij de Britse postpunk uit de jaren 80 en op de cd hoor je echo’s van The Cure, Joy Division en de voornoemde Duran Duran. Met The Strokes heeft de The Bravery de catchyness gemeen, maar ook een blasé zeurderigheid en een vestimentaire voorkeur voor bestudeerde nonchalance. We hebben het allemaal al gezien en gehoord. The Bravery is een niet bijster boeiende déjà entendu -trip.

Talent is niet eerlijk verdeeld in deze wereld. Tot deze vaststelling komen wij andermaal na enige luisterbeurten van Wind in the wires van de 21-jarige Engelsman Patrick Wolf. De wonderknaap is een bedreven multi-instrumentalist, die met evenveel gemak de piano, de viool of de ukulele hanteert, maar ook met elektronica overweg kan. Hij beschikt eveneens over een machtig stemorgaan, ergens tussen Ian McCulloch en de falsetto- uithalen van Jeff Buckley in. En alsof dit allemaal nog niet genoeg is, is Wolf ook een voor zijn leeftijd bijzonder volwassen songschrijver, die onvergetelijke melodieën losjes uit de pols schudt en ook tekstueel verrast. Hij sluit zowel aan bij de gotische thematiek van Nick Cave als bij de Engelse romantische traditie van natuurlyriek (de talloze verwijzingen naar vogels op de cd!). Wind in the wires is muziek waarvan je haren een voor een recht gaan staan.

Het verhaal is genoegzaam bekend: voor de altijd moeilijke tweede cd trok Tom Van Laere ofte Admiral Freebee naar Los Angeles, waar hij met enkele muzikanten van Morrisey en producer John Hanlon de studio indook. Hanlon werkte samen met Neil Young en het moet gezegd dat in sommige tracks de geest van Shakey rondwaart, maar dat heeft uiteraard ook met Van Laeres stemtimbre te maken. De kwaliteit van de nummers op Songs is wederom torenhoog: van in liters weltschmerz gedrenkte ballades over snedige popsongs naar vuile, aan ZZ Top en Lynyrd Skynyrd schatplichtige lappen southern rock, alles klinkt even bezield en geïnspireerd. Met Songs zet de Admiraal een nieuwe standaard voor de Belgische rock. Benieuwd of iemand zijn zog kan volgen…

Wednesday, April 13, 2005

O, welk een schonen avond!

Patrick Wolf, Maxïmo Park, Timesbold en Efterklang- 11/04/205/- AB

Het Engelse antwoord op Conor Oberst van Bright Eyes heet Patrick Wolf. Hoewel literair niet zo bevlogen als Oberst, is de 21-jarige muzikaal zo onderlegd dat ook hij aanspraak maakt op de titel ‘wonderkind’. Hij stelde in de AB zijn tweede cd Wind in the wires voor. Begeleid door een jongen in matrozenpak op drums (we moesten denken aan Tadzio uit Visconti’s Dood in Venetië) bracht Wolf zijn melancholische nummers afwisselend op piano, viool en allerhande gitaren, hij bediende zich zelf van een ukulele. De muzikale brille van de jonge John Cale vermeerderd met de zin voor barok en theatraliteit van Rufus Wainwright, dat is zowat de rekensom die Patrick Wolf live oplevert. Erg sterk.



Daarna volgde de aankondiging dat we in de Club naar Maxïmo Park konden luisteren. Men waarschuwde ons voor een ‘heuse stijlbreuk’. Dat was beslist niet overdreven. Maxïmo Park brengt powerpop die zo verduiveld strak en catchy is dat ze Franz Ferdinand op eigen terrein volledig zoek spelen. Signal and sign, The night I lost my head en Kiss you better waren puike voorbeelden van hun machtig brouwsel van poppunk à la Undertones, Britse wave en Talking Heads. De zanger van Maxïmo Park heeft trouwens de epileptische-kippen-motoriek van David Byrne al aardig onder knie. De eerste doortocht van Maxïmo Park in België was niets minder dan een triomf.



Op naar een nieuwe stijlbreuk! We repten ons weer naar de AB Box voor Timesbold, een rechtstreeks uit Brother, where art thou overgeflitst gezelschap van musicerende woudlopers. We zijn al jaren compleet gek van hun bloedmooie, rurale rock, geworteld in decenniaoude country, folk en bluegrass. De zanger heeft dezelfde ‘ik ben door alles en iedereen verlaten’-knik in de stem als Will Oldham ofte Bonnie ‘Prince’ Billy. Maar Timebolds muziek is minder kaal en desolaat. Instrumenten zoals banjo, mandoline, zingende zaag, harp en melotron zorgen voor een delicate, warme sound, en hun twee- en driestemmige samenzang behoort tot de mooiste uit de rockgeschiedenis. Enig minpunt, de groep moest er al na een uur mee ophouden. Ongehoord!



Het Deense Efterklang had de eer om deze weergaloze - misschien wel de beste ooit- Dominoavond af te sluiten. Hun mix van elektronica en weemoedige kamerpop zorgde voor eindeloos voortspinnende geluidscollages, gespeeld tegen een achtergrond van beelden uit de stomme film, Japanse anime en pop-art. Een sprookjesachtige ervaring, maar wij waren na bijna 5 uur muziek aan een bed toe. Misschien een ideetje voor de tiende verjaardag van Domino volgend jaar?

Tien nieuwe cd's besproken (voor diegenen die de weg naar www.goformusic.be nog niet hebben gevonden)

Madrugada, The Big Deep

Madrugada is Spaans voor ‘vroege ochtend’, de schemerzone tussen nacht en morgen, duister en licht. Het Noorse combo rond Silvert Hoyem doet zijn naam alle eer aan, want op hun vierde langspeler, The Big Deep, exploreert de groep opnieuw met verve de schaduwkant van het bestaan. Opgenomen in Los Angeles met George Drakoulias (o.a. Tom Petty, The Jayhawks), is The Big Deep een plaat die tot tranen toe beroert. Muzikale referenties zijn nog steeds groepen als Tindersticks en Birthday Party, maar Madrugada integreert ook elementen uit oude blues, country en zelfs flamenco in zijn sound. De onvergelijkbare stem van Hoyem zweeft ergens tussen Scott Walker en Grant Lee Phillips in. Eindeloos mooi.
(vijf sterren)

Janove Ottesen, Francis’ lonely nights

Het heeft ons altijd een beetje bevreemd: de haast collectieve voorliefde van de Noorse rockscène (St.Thomas, Madrugada,Al Phoenix etc) voor Amerikaanse rootsmuziek. Ook Janove Ottesen, frontman van Kaizers Orchestra, tuurt over de oceaan. Met Francis’ lonely nights levert hij een cd af vol tijdloze singer-songwritermuziek. Niks wereldschokkends, maar met veel overgave gebracht en bij wijlen uitbundig georchestreerd. Voor fans van Rufus Wainwright en David Gray.
(drie sterren)

Tom Vek, We have sound

Het lijkt een nieuwe trend in Engeland: piepjonge, rotgetalenteerde multi-instrumentalisten. Na Wind in the wires van Patrick Wolf komt We have sound van de 23-jarige Londenaar Tom Vek op ons toegewaaid.Het is boeiende collectie hoekige songs die drijven op funky baslijnen, de dynamiek van garagerock en allerlei elektronische geluiden. De genreoverschrijdende speelsheid van Beck loert steeds om het hoekje en ook de dwarse jazzrock van Soul Coughin is een voor de hand liggende referentie. We have sound houdt strak de vinger aan de pols van de grootstad.
(vier sterren)

Maxïmo Park, A certain trigger

Maxïmo Park schrijft naar eigen zeggen ‘pop songs about real life’. Het viertal uit Newcastle vond vreemd genoeg onderdak bij het elektronicalabel Warp. Op A certain trigger staat immers geestdriftige rockmuziek zonder pretenties die bij fans van Franz Ferdinand en The Killers op goedkeurend geknik zal worden onthaald. Maar ook enige retrogevoel is de heren van Maxïmo Park niet vreemd: de ‘oudere jongere’ herkent in de muziek van de groep ook echo’s van Undertones en Buzzcocks. Er wacht de immer piekfijn in kostuums uitgedoste groep een grote toekomst.
(drie sterren)

K-Os, Joyful rebellion

In de door mannetjesputters en hoge testosteronspiegels geregeerde rapwereld komt de nieuwe cd van K-Os als een ware verademing. Op Joyful Rebellion vind je geen grootsprakerigheid of hiphopclichés, maar erg goede songs die buiten de lijntjes kleuren. Net als Outkast overschrijdt de Canadees K-Os de grenzen van het genre en brengt hij een hybride mix van rap, reggae, rock, jazz en zelfs flamenco en blues. The man I used to be knipoogt naar de vintage Michael Jackson van de jaren 80, Crackbuckit is een weergaloze song waar de raps ondersteund worden door een funky staande bas en een sax. Zo zou Tom Waits klinken mocht hij een rapper zijn. Halleluhja is dan weer K-Os’ antwoord op Bob Marleys Redemption Song en in B-boy Stance toont K-Os dat hij de roots van de hiphop niet verloochent. Joyful Rebellionis een gedurfde, bij momenten ronduit briljante cd.
(vier sterren)

Daniel Powter, DP

Wat te denken van DP van de Canadees David Powter? Zijn single Bad day werd door Coca-Cola voor een reclame gebruikt, veel zorgen over zijn bankrekening hoeft de man zich dus niet meer te maken. De muts waarmee hij op de hoesfoto poseert, roept onaangename herinneringen aan Craig David op. Met David heeft Powter de gepolijste sound gemeen. De songs op DP zijn niet slecht, maar we worden koud noch warm van al die funky pianoballades en falsetstemmetjes. Enkel het uitbundige Suspect kan echt bekoren. Te veel eenheidsworst, deze DP.
(twee sterren)

Garbage, Bleed like me

Het was enkele jaren angstwekkend stil rond Garbage. Hun derde cd Beautiful Garbage uit 2001 flopte en het duurde tot vorig jaar voor de groep weer bij elkaar kwam. Hun nieuwe Bleed like me moest de cd van de wederopstanding worden. Driewerf helaas, de groep is ter plaatse blijven trappelen: hun sound is in niets te onderscheiden van de postgrunge die midden jaren 90 het mooie weer maakte. Tekstueel tapt zangeres Shirley Manson ook uit hetzelfde vaatje: kinky seks, ten dode opschreven relaties, wanhoop… We hebben het allemaal wel eens gehoord. Er is ook goed nieuws: nu en dan rockt de cd bijzonder lekker, maar al bij al blijven we toch ontgoocheld achter.
(twee sterren)

The Blind boys of Alabama, Atomb Bomb

Veel hoog van de toren blazende, hippe groepjes kunnen er een puntje aan zuigen: The Blind boys of Alabama bestaan al meer dan 60 jaar en waren nooit zo alive and kicking als nu. De dinosaurussen van de gospel bewijzen met Atom Bomb bovendien dat ze niet door de tijd zijn ingehaald. Zonder een spaander van hun soulvolle gospelsound in te boeten, slagen ze erin hun muziek te vertalen naar de 21e eeuw. Loops, funky orgeltjes en gastbijdragen van rapper Gift of Gab van Blackalicious zorgen ervoor dat Atom Bomb een erg hoogstaande, eigentijdse plaat is geworden, waarop nergens een zweem van nostalgie valt te bespeuren. De enige smet op het blazoen is de nogal fletse cover van Spirit in the sky.
(drie sterren)

Lily Holbrook,Everything was beautiful and nothing hurt

Parential advisory: explicit lyrics, vermeldt de sticker op de hoes van Everything was beautiful and nothing hurt van Lily Holbrook. Wij zouden eerder opteren voor het opschriftWarning: explicit copying from Tori Amos. Openingstrack Welcome to the slaughterhouse neigt naar schaamteloos epigonisme. Toegegeven, Holbrooks songs drijven eerder op gitaar dan op piano, maar verder onderscheidt bijzonder weinig ze van de songs van Amos. Het goede nieuws is dat Holbrook zich laat omringen door een groep knappe muzikanten, die ervoor zorgen dat haar getormenteerde liedjes baden in een warme, organische sound.
(twee sterren)

The Residents, Animal lovers

The Residents een vreemd gezelschap noemen, is een understatement van de orde van ‘er was veel volk bij de begrafenis van de paus’. Niemand weet wie de vier groepsleden zijn: ze mijden elk contact met de pers en treden op in smoking, hoge hoed en maskers van reusachtige oogballen (sic). Al bijna veertig jaar maken ze dwarse muziek die zich voor geen gat laat vangen: Captain Beefheart-achtige waanzin, avant-garde jazz à la Sun Ra, elektronische collages, flarden klassieke symfonieën, koren en creepy stemmetjes vormen de ingrediënten van hun niet te imiteren stijl. Op hun jongste (god weet hun hoeveelste) cd is het weer van dattum: Animal Lovers is een conceptalbum over dieren met een thematische samenhang waar we nog een tijdje zoet mee zijn: On the way to Oklahoma, I turned into a cat. My true love was a tiger, I’m sure you can see that. Bevreemdend, op het magische af.
(vier sterren)

Thursday, April 07, 2005

Feist live

Feist, AB Box, 6 april

“Niets is zo mooi als een vrouw die een Gretschgitaar bespeelt”, hebben we een vriend van ons al vaak op concerten horen beweren. Een zin waar behoorlijk wat waarheid in schuilt, zeker als de dame luistert naar de naam Feist. De zwoele Canadese zangeres betrad volledig in het wit gekleed de bühne, onwillekeurig flitsten beelden van modaine feestjes aan de Franse rivièra aan ons geestesoog voorbij. Maar we dwalen af. Wat Feist met de Gretsch doet, daar gaat het uiteindelijk om. Haar hoekige; aan indierock schatplichtige gitaarspel contrasteert wonderlijk met haar krachtige sirenestem. Ze wist meteen de aandacht van haar publiek te trekken met een sobere versie van The build up, een nummer dat terug te vinden is op Riot On An Empty Street van Kings Of Convenience. De traditional When I was a young girl was een pakkende, in peilloze melancholie gedrenkte brok southern gothic. Feists songs werden live erg subtiel ingekleurd door haar Franse muzikanten: zij zorgden met hun Hammondorgel, schuiftrompet en loepzuivere percussie voor een soulvolle retrostijl, die bij momenten met jazz en lounge flirtte. We moesten hierbij meer dan eens denken aan de zwierige tristesse van Cousteau.

Feist is echter ook een fantastische podiumvrouw, die haar publiek uit haar hand laat eten. Zo liet ze een verliefd koppel op het podium slowen en bracht ze de toeschouwers zo ver dat ze unisono het geluid van de zee imiteerden! De Canadese schrikt eveneens niet terug voor een gedurfde cover: zo bracht ze een ademafsnijdende versie van Secret Heart van Ron Sexsmith en bewees ze met Inside and out van Bee Gees (sic!) dat ook disco moeiteloos in haar bereik ligt. De avond werd ingetogen afgesloten met One evening en Let it die, twee nummers die de zaal muisstil achterlieten. Feist kwam nog eens groeten en riep blij: It’s spring!. De gure westenwind die ons bij het verlaten van AB ongenadig in het gezicht blies, voelden we niet meer. Zo goed was het concert geweest.

Thursday, March 24, 2005

Cd's, Cd's, Cd's!

Low, The Great Destroyer

Al jaren is het Amerikaanse Low de trotse titelhouder in de categorie ‘traagste rockgroep uit de muziekgeschiedenis’. We weten niet wat er is gebeurd, maar op hun nieuwe cd, The Great Destroyer, drukt de groep enkele malen stevig het gaspedaal in. Openingstrack Monkey is sublieme galmrock die aangename herinneringen oproept aan de vroege Yo La Tengo. Fans van het eerste uur moeten echter niet wanhopen: ook The Great Destroyer bulkt van de ijselijk mooie, plechtig voortschrijdende ballades. De samenzang tussen echtelieden Alan Sparhawk en Mimi Parker is voer voor dermatologen: kippenvel over heel het lichaam! Low is een groep met een uitzonderlijke spanwijdte: geworteld in de aarde, reikend naar de hemel.
(vier sterren)

Beck, Guero

Kenners van het oeuvre van Beck weten het al langer, de man heeft een januskop. Op zijn vorige cd, Sea Change toonde hij zijn melancholische gezicht, op Guero plooit zijn gelaat in een relaxte, kamerbrede glimlach. Guero is een zonovergoten, swingende plaat die resoluut voor kruisbestuiving gaat: rap, funk, bossanova, op slide-guitaar gestoelde rock en blues, duivelkunstenaar Beck draait er zijn handje niet voor om. De productie van Guero was in handen van The Dust Brothers, die ook bij Becks erg geslaagde Odelay achter de knoppen zaten. Het is moeilijk om uit deze prachtplaat hoogtepunten te selecteren, maar het jengelende rijmpje uit de eerste single E-pro krijgen we maar niet uit ons hoofd en onze benen begonnen spontaan spastische danspassen te maken bij het Spaanse geschreeuw van Qué onda guero?. Muy bien, deze Guero.
(vier sterren)

Arcade Fire, Funeral

Wat er in de grond van Montreal zit, we hebben er geen idee van, maar na The Dears komt er weer een erg getalenteerde groep uit de hoofdstad van Quebec op ons toewaaien. Net als The Dears blijft Arcade Fire aan de goede zijde van de bombast. Funeral is een ongrijpbare plaat vol grootstadrock, die van weeromstuit van stemming verandert: van driest om zich heen trappende noise (The Pixies!), over zwierige, rijk georchestreerde kamerpop naar complexe singer-songwritermuziek à la Bright Eyes. Neigbourhood #4 klinkt als een verloren demo van Jeff Buckley waarop hij met country experimenteert. Wake up is een nummer waarvoor Mercury Rev een moord zou plegen. Alle andere nummers zijn minstens zo straf. Funeral is een van de meest opvallende debuten van de laatste jaren.
(vijf sterren)

British Sea Power, Open Season

De Britse zeevloot heeft de laatste eeuwen flink van haar pluimen verloren. Dit gegeven inspireerde British Sea Power tot maken van zijn uitstekende debuut The decline of British Sea Power. Twee jaar later zet de groep opnieuw de zeilen aan met Open Season, dat een stuk rustiger klinkt als zijn schuimbekkende voorganger. Weg zijn het gekrijs en de militaire drums. De belangrijkste referenties blijven echter dezelfde: Joy Division, The Cure en Talking Heads. Tekstueel sluit de groep aan bij de Engelse natuurlyriek van dichters als John Keats. Make no mistake about it: British Sea Power is een intellectuele, kunstzinnige groep. We sluiten ons dan ook aan bij de mening van BSP-kapitein Yan: It is an art project that absolutely rocks.
(vier sterren)

Confuse the cat, New Medecine

De cd als geneesmiddel, dat hadden we nog niet gehad. New Medicine van Confuse the cat weegt 40, 09 mg en komt met een bijsluiter: If a serious hypersensitivity reaction occurs, treatment with New Medicine should be discontinued. Echt gevaarlijk klinkt Confuse the cat anders niet. Voormalig Reiziger-frontman Geert Plessers en zijn maten hebben een voorliefde voor gitaarrock uit de jaren 80 en weten af en toe een aardige melodie te schrijven.Door Plessers’ beperkte stem en de nogal banale lyrics overstijgt deze cd echter de middelmaat niet. Het risico op een overdosis bij het innemen van New Medicine is dan ook zo goed als onbestaande.
(twee sterren)

New Order, Waiting for the sirens’ call

Wie New Order nog steeds met Blue Monday associeert, zou een hartaanval kunnen krijgen bij het aanhoren van Working overtime, de slottrack uit hun nieuwe cd Waiting for the sirens’ call. De song klinkt als een garagerockinterpretatie van een nummer van The Beatles of The Monkees. Het toont de veelzijdigheid van de groep goed aan. Op het nieuwe album staan naast de vertrouwde elektro zowaar enkele parels van lichtvoetige zomerpop. Het titelnummer, Dracula’s castle en Jetstream zijn goede voorbeelden van deze aanpak, die zijn hoogtepunt bereikt in het epische Turn. Waiting for the sirens’ call is een aangename, afwisselende plaat. Met de zomer in het verschiet, zijn we daar al meer dan tevreden mee.
(drie sterren)

Thursday, March 17, 2005

De job niet voor jou? Schrijf een briefje terug!

Beste,

Hartelijk dank voor deze zeer eerlijke mail. Spellingsfouten...die maak ik- als goed opgeleide Germanist- in principe nooit! Het zal liggen aan het vroege aanvangsuur van de proeven, ik heb het moeilijk om mij te concentreren voor de middag. Of zou er een verdoken dyslecticus in mij schuilen?
Wij wensen u nog veel succes in de zoektocht naar een geschikte kandidaat voor deze functie!

Met vriendelijke groeten,

Sebastian Knight

Geachte heer Knight,

> Hartelijk dank voor het vertrouwen dat u in de R.V.A. hebt gesteld en
> voor uw medewerking aan de selectietest.
>
> Na grondig overleg hebben we besloten dat het resultaat op de test niet
> voldoende was om u te weerhouden voor de volgende ronde. U maakte een
> aantal spellingsfouten. Tevens vonden de beoordelaars dat uw 3de tekst
> (perscommunicatie) niet helemaal beantwoordde aan de gegeven opdracht.
>
> Wij wensen u veel succes toe met het zoeken van een gepaste job.
>
> Hoogachtend,
>
> Katrien Verbeke
> Stafmedewerker HRM&D
>

Sunday, March 13, 2005

Elliott Murphy legendarisch in AB

Elliott Murphy, AB Box, 12 maart 2005

Hoeveel keer we Elliott Murphy al gezien hebben, we weten het niet meer. Het siert de Amerikaanse songwriter dat je hem nog regelmatig in kleine clubs in het Vlaamse hinterland aan het werk kunt zien. Maar voor zijn verjaardagsconcert zag Murphy het groots: in geen tijd verkocht hij de AB Box uit en mocht hij spelen onder a ceiling full of stars.


Elliott Murphy liet vanaf de eerste noten zien waar hij al meer dan drie decennia voor staat: bezielde, door akoestische gitaren en prachtige samenzang voortgestuwde countryrock, met zoveel spelplezier gebracht dat je mondhoeken spontaan in een kamerbrede glimlach gaan krullen. Come on Lou Ann en Green river waren de eerste hoogtepunten uit de set: kopstoten van nummers met een glansrol voor meestergitarist Olivier Durand, de man die in zijn eentje de voltallige Crazy Horse naar de reservebank speelt. Het enige probleem met Durand is dat hij maar al te goed weet wat voor een briljante muzikant hij is en een beetje te veel de show steelt. Maar dat is absoluut detailkritiek; ruim twee uur lang speelde Elliott Murphy en zijn groep een erg hoogstaande set waarin bijna alle publieksfavorieten werden opgenomen. De categorie ‘stampende rockers’ was erg goed vertegenwoordigd met o.a. I want to talk to you, Midnight, You’re gonna chase love away en Last of the rockstars. Maar Elliott Murphy weet ook hoe hij moet ontroeren: Saving Time en On Elvis Presley’s birthday zijn pakkende ballades, die ook Murphy’s uitzonderlijke literaire talent etaleren. Wie dacht dat het na twee uur uit was met de pret, moest zijn mening gauw herzien. Het echte feest moest nog beginnen.


Na het concert vroeg iemand me hoeveel bisrondes Murphy nu eigenlijk had gespeeld. Ik houd het bij vijf. Nog hoogtepunten, iemand? De nieuwe song 40 days en 40 nights, het van een briljante tekst voorziene Party girls and broken poets (There's not a word of truth in anything I say/And I can't tell a lie/
I was brought up that way
) en Love to America, waarin Murphy zich voor het eerst in jaaaaaaaaaaren van een elektrische gitaar bediende. Nog leuker werd het toen Murphy’s tienerzoon Gaspard zich tijdens een cover van Gloria mocht uitleven op gitaar. Wat een branie, zou hij in de leer zijn bij Olivier Durand?
En Elliott Murphy bleef maar doorgaan. We kregen er nog vijf songs bovenop, waaronder het bekende Sicily en Ground Zero, Murphy’s eerbetoon aan de slachtoffers van 11 september. Nadat de laatste noot van Euro Tour was gespeeld, barstte een oordovend applaus los. Elliott Murphy en zijn groep klokten af op precies drie uur. De boodschap op het sweatshirt van de zanger vatte het concert mooi samen: Rock and Roll is not dead.

Sunday, February 27, 2005

Popnieuws

P.Diddy warmt pinguïns op

De internationale dierenrechtenvereniging PETA heeft rapper P.Diddy aangeklaagd voor de mishandeling van een stel pinguïns. Diddy had de pinguïns tijdens een zwembadparty in Miami laten drijven op een stuk plexiglas. Verschillende gasten maakten hun beklag over het treurige lot van de dieren. Volgens PETA hebben ze niet enkel geleden onder het veel te warme weer, maar liepen ze ook nog eens ‘emotionele’ schade op door de snoeiharde muziek en de aanwezigheid van de vele genodigden.

Voor meer baanbrekend popnieuws kunt u terecht op www.goformusic.be, waar S.Knight tot huisredacteur is bevorderd.